Mijn hart

“Kijk, kijk, kijk, wat je doet! Hartslag 80!” Ik keek naar mijn Fitbit en ik keek naar de Spondeligger. “Ga weg en neem je commentaar mee. Je bent slecht voor mijn gezondheid.” De Spondeligger rolde met zijn ogen en verliet de badkamer. Sinds ik een Fitbit heb, zijn er nieuwe criteria. Alle gezelschap wordt voortaan afgemeten aan mijn hartslag. Ik ben een optelsom van iemand anders. En mijn hartslag al helemaal.

In rust heb ik een ritme van 58 slagen per minuut. Voor mijn leeftijd is dat uitstekend. Je zou nog geloven dat ik een sportershart heb. Terwijl het natuurlijk gewoon mijn flegma is. Het is waarom ik ook een lage bloeddruk heb en dikwijls met mijn ogen dicht op de foto sta. De meeste dingen zijn mijn opwinding simpelweg niet waard. Ik ben een kouwe aanhanger van Epictetus. Koop zijn zakboekje!

Desalniettemin klopt mijn hart niet altijd langzaam. Het hangt van de mensen af. Sinds Kerstmis kijk iedereen na. Zit ik op een bank met een glühwein en een boekhandelaar op rust, dan kijk ik even hoe laat het is. Zit ik in een garage met een Elixir d’Anvers en een enige dochter, dan ook. Liggen mijn voeten op de reling van een terras en zoekt de gastheer binnen naar een zak chips, idem. Inmiddels is duidelijk dat eenvoudige vriendschappen mij nooit meer dan vijf extra hartslagen per minuut kosten.

Het is spijtig dat je de grafieken van Fitbit niet kunt annoteren met namen. Het systeem zou zichzelf op die manier een hoop rekenkracht kunnen besparen. Maar nee, bij Fitbit houden ze zich liever bezig met trillingen omdat ik niet genoeg stappen heb gezet. En ze e-mailen Yippee en Whoa als ik genoeg trappen heb beklommen. In plaats van mij te waarschuwen voor lieden die te veel energie vergen.

Het komt altijd op hetzelfde neer. Alle artificiële intelligentie ten spijt, uiteindelijk moet je zelf altijd nog de slimste zijn. Ik zal zelf wel bijhouden wie deugd doet en wie niet. Tien hartslagen extra per minuut en mijn besluit is in de maak: Volgende keer mijden.

Op mijn gezondst ben ik ‘s avonds, om uur of elf, in de zetel, met de televisie uit. Dan is er niemand meer en zak ik terug naar een hartslag van 58. Nog goed dat er geen brave, oude hond aan mijn voeten ligt, bedenk ik er dan bij. Misschien zou ik daar helemaal van stilvallen? Hartslag nul! Van alles verlost! Dood is misschien wel het summum van gezond? Waarna ik van ellende opnieuw naar 72 slagen per minuut opstijg. Want ik wil niet dood. Laat me dan maar ongezond doen.

Het zijn allemaal big data voor de servers van Fitbit. Maar mijn hele hart ga ik ze niet geven. Ik lag nog in bed toen mijn hartslag ineens flink piekte. Ik stond op, ging naar de wc, deed mijn Fitbit uit en kroop terug onder de dekens. Een weinig later zei ik tegen de Spondeligger. “Kijk, kijk, kijk, wat je nu hebt gedaan! Er zit een gat in de grafiek.” De lijn ging steil omhoog. De lijn stopte. En de lijn donderde terug naar beneden. De Spondeligger lachte: “Twee Chinezen van de Fitbit-ingenieursafdeling in de war gebracht!” Is dat nu romantisch, zeg. Ik sloeg van slag al terug naar 58.