Rattenkeutels/ olijvenpitten

Column voor Radio 1

Weet je hoe de keutels van een rat eruitzien? Ik wel. Ik heb ze gegoogeld. En ik heb ze ook gezien. Rattenkeutels zijn net olijvenpitten. Ze hebben dezelfde kleur. Ze zijn even groot. En ze hebben dezelfde puntjes, links en rechts. Het enige verschil is dat rattenkeutels blinken. Of toch als ze vers zijn. En ze waren vers! 

Ze lagen in de groenbak! Iemand had trouwens ook een groot gat geknaagd in de groenbak. Eén keer heb ik gezien wie: een dikke bruine rat! Ze kwam van bij de buren en ze verhuisde naar de groenbak. Met een koffer. Je zou het zweren!

Sindsdien klop ik op het deksel als ik met keukenafval voor de groenbak sta. Vergelijk het met een misdienaar die binnen wil in de sacristie. Al heeft het met beleefdheid niks te maken. Je wil een rat gewoon niet in de ogen kijken! Vies beest. Ratten hebben ziektes! Virussen! Microben. Ik ben er bang van. Bah! 

Kloppen op het deksel en even wachten geeft de rat de gelegenheid om zich te verstoppen. Verder moest die rat zo rap mogelijk weg. Optiefen, rotrat! Het beest had uiteraard geen oren naar mijn imperatieven. Zo gaat het altijd in de natuur. Je kunt schreeuwen zo hard je wil. Dat je aan de top staat van de voedselketen! Dat je bij het woord van god meester bent geworden van de schepping. Dat het jouw taak is om orde te houden! Veranderen doet er niks. Mij daarbij neerleggen zal ik nooit. 

Terwijl het hele land met een virus in de weer was, bestreed ik een rat in de groenbak. Ik begon bij haar menu. Tafelresten werden uit het aanbod geschrapt. Als die rat iets lekkers wilde eten moest ze maar ergens anders gaan wonen. Dat was de strategie. Gedaan met oud brood. Gedaan met te veel spaghetti. Gedaan met vettige korsten uit de pan. 

Ik klopte op het deksel van de groenbak, gooide er alleen nog schillen in en keek of er keutels lagen. Er lagen altijd keutels. De rat bleef in de groenbak wonen. Er kwamen tunnels en ze groef een hoop naast de groenbak. Mijn skimmia japonica’s gingen kapot. De rat at hun wortels op. Of de rat zeikte ze ziek, dat kan ook.  En de kat van de buren deed niks.

Twiggy met de dikke pens zat altijd maar voor de groenbak te kijken. In plaats van eens een rat te vangen. 

Ik besloot over te gaan tot pesterijen. Ik goot hete soep in de groenbak. Ik schepte er modder in, stenen en schelpen van de zee. Ik propte broodzakken in de tunnels, versperde de doorgang met een rotte pastinaak. Maar de keutels bleven. En ik maar kloppen en knielen voor die rat! 

We hadden ook kippengaas onder de groenbak moeten leggen, vloekte ik. En waarom zit die rat niet in de groenbak van de buren! Anders moet ik wat koude bechamel in hun groenbak gaan gooien? Of wat charcuterie? Zou een rat dat niet lekker genoeg vinden om haar biezen te pakken? Godmiljaar zeg. Vuiligheid!

Een jaar lang ben ik bezig geweest met die rat in de groenbak. En maar naar die keutels spieden. Maar ineens waren ze weg. Er kwamen ook geen nieuwe gangen meer. 

Dag rat, wrat, wrat. 

Dag ratteke-rat met de koffer. 

Dag klein venijn mijn.

Klop klop op de bak.

Met je reutelskeutels.

Ik lust geen olijven meer.