Hangmat

Er kan 180 kilo in mijn hangmat. Veiligheidshalve is het er eentje voor twee personen. Want ik ben eens uit een hangmat gedonderd. Een touw knapte. Een kip ontsnapte aan de dood, met van dat halve gefladder en kakelende paniek. Daaroverheen weerklonk een luide ‘Maar godmiljaar!’.

De Spondeligger stak zijn hoofd uit de keuken om te kijken wat er loos was. Het deed pijn, dat was er loos. En in mijn psyche voelde ik het ook. Uit je hangmat vallen is genaaid worden in je eigen zelfvertrouwen. Denk daar maar eens over na. Het zal mij niet meer overkomen.

Ik heb voortaan een extra sterke hangmat én een geheime plaats in het park. Niemand kan me zien. Het pad loopt dood. Je moet een halve braam over. En Punkie moet zwijgen. Ik heb proviand, koekjes en limonade, behalve als de parkwachter in de buurt is. ‘Geen sporen. Geen geluid’, heb ik tegen Punkie gezegd. ‘Je mag me niet verraden.’

Ik moet omzichtig te werk gaan. Niemand mag zien hoe ik ongemerkt twee zwarte lussen rond twee bomen wind. Peperdure Moonstraps zijn het, bijna 30 euro bij A.S. Adventure, gewoon om alle avonturen te omzeilen. Het is meten en passen. Ik haak de hangmat links en rechts op de juiste hoogte om me de kont in het algehele comfort te heffen.

Ik houd me koest in de schaduw. Alleen Punkie kan me vinden. Als de parkwachter daar is trekken we het zeil van de hangmat over onze kop. Dan hangt er in het struikgewas een reusachtige peul met twee bobbels, een grote en een kleintje. ‘Jij bent boon 1. Ik ben boon 2. Psssst! Is de parkwachter daar? Niet lachen! Niet! Lachen!’

Maar meestal ben ik alleen in de hangmat. Met een half oog kijk ik hoe Punkie van de glijbaan gaat. Voor de rest lig ik te schommelen en te dromen. Het pluis van populieren warrelt door de lucht. Een merel maakt zich kwaad. Iemand kent het park niet. Hij wandelt te ver op het paadje. Het stopt. Hoeveel onnozele mensen ik op een middag op hun passen zie terugkomen!

Al zoeken sommigen het paadje ook moedwillig op, met hun broek al bijna open. Dan hoest ik hard. Dan moet je de ontreddering zien, nota bene met hun hand op hun gulp. ‘Ik kan misschien maar beter ergens anders gaan plassen. Daar hangt een vrouw in een hangmat. Van middelbare leeftijd!’ De meeste mannen zijn veel bedeesder dan waarvoor ze worden versleten.

Moeders met jonge kinderen zijn een stuk voortvarender. Voor hen is de drang altijd dringender. Pipi dit, kaka dat. Ze sleuren en ze zuchten. En dan wordt er ook nog een keel geschraapt in de bosjes. ‘Een vrouw in een hangmat? Echt waar. Kan mij wat schelen.’ Ik zie ze denken.

Heel soms is er een mama die verschrikt reageert: ‘Ehm, storen we misschien?’ ‘Hangt ervan af’, antwoord ik standaard. ‘Hoe groot is de straal?’ Zo probeer ik vanuit mijn hangmat wat ontspanning in de woensdagmiddag te krijgen. Maar vorige woensdag was het hopeloos. ‘Wat denk je nu zelf, mens’, beet er eentje terug. ‘Ik ontmos mijn terras met de straal van deze twee koters! Een deuk in de firmawagen van hun vader!’ Heel zwaar leven, zeg. Gelukkig kan er 180 kilo in mijn hangmat.

An Olaerts