Vijverwater

‘Zit hier vijverwater in?!’ De Spondeligger had een slok genomen. De groene slierten zaten al in zijn keel. Hij schraapte en spuwde. Het was te laat. Ik hoefde niet meer te antwoorden. Ja, ik had een fles Spa gevuld met vijverwater.
‘Markeer die flessen eens, mens.’ ‘Die fles staat hier nog maar pas’, reageerde ik. ‘Ik heb geeneens tijd gehad om er een etiket op te plakken! Jij moet ook niet zomaar overal van drinken.’ Trouwens, ik had belangrijker dingen aan mijn hoofd: 17 dikkopjes! Ze moesten dringend vers water en nieuwe algen.

Punkie had dril geschept. Het was een blubber van niks met zwarte puntjes. Die puntjes bleken te leven. Ze werden dikker. De blubber verdween. Ze veranderden in komma’s. Honger hadden ze. Op Google vond ik dat ze water uit hun eigen vijver nodig hadden, met algen.
Dus ben ik al twee keer terug naar het kerkhof gefietst. Daar ligt hun vijver te blinken, bij de muur met namen en vazen. Het is wat raar, maar het leven is raar. Zo moest ik laatst ook een hele rare zin uitspreken: ‘Niet met die kikker in mijn bureau!’

Punkie had een mama gezocht. ’Zij gaat voor de dikkopjes zorgen!’ Ma zat in zijn broekzak, moest mee van de glijbaan, ging bij de buren op bezoek en lag ‘s namiddags al dood op het aanrecht. ‘Ze rust uit’, zei Punkie. Onzin! Ik wikkelde de kikker in een servet en nam het moederschap op mij.

De kikkervisjes zitten in een bakje op de keukentafel. Het is een wonder. De puntjes kregen een staartje en ze leerden zwemmen. Ik zag het allemaal gebeuren, ‘s morgens, ‘s middags en ‘s avonds. In ineens staarden ze ook terug, hadden ze echte oogjes gekregen. Oren hebben ze trouwens ook ergens zitten! Want als ik de koffie te hard op tafel neerzet dan schieten ze alle kanten op.
Ik kijk alle dagen wat er verandert. Het gaat zo snel dat je het bijna kunt zien. Achteraan groeien er knobbeltjes, daar komen pootjes uit met zwemvliezen.

Het kan de Spondeligger maar matig boeien. ‘Straks springen er kikkers in de keuken rond!’ Het is precies wat Punkie voor ogen heeft. ‘We gaan zelf kikkers maken! Dan heb ik eindelijk huisdieren.’ Wij hebben al namelijk ruzie gehad over die kikkers. Dat hij ze vangt tot daar. Punkie waadt door poelen en slaat zijn vuist doeltreffend dicht in het water. Bucolisch is het! Tot hij kikkers mee naar huis wil nemen. Dan sta ik aan de waterkant te schreeuwen. ‘Je zet ze terug. Of ik betaal geen Netflix meer.’ Nog meer zinnen waarvan ik nooit dacht dat ik ze zou uitspreken. Hoe dan ook zijn ze nog altijd beter dan ‘Zit hier vijverwater in?!’.

Enfin, intussen zijn de dikkopjes donderkoppen geworden. Er bevinden zich heel veel woorden tussen dril en kikvors. Het is Darwin in een potje. Nu hebben ze nog kieuwen, maar als hun staart eraf valt, krijgen ze longen! Dan moeten ze in een bak met stenen om adem te kunnen halen. Ik heb het allemaal gegoogeld. Want hoewel ze zien, horen en met hun staart door het water zwiepen, zeggen doen ze niks. Anders hadden ze mij natuurlijk al lang bedankt voor mijn toewijding. ‘Amai, hier zit dus écht wel vijverwater in!’

An Olaerts