Hypochonder

“Ik doe mijn huisarts een proces aan”, zei ze. “Wat denkt die wel! Mij een beetje belachelijk zitten te maken bij de specialist.” Oh ja, ze was kwaad, op dokter Huppeldepup. “Ik ga daar al meer dan twintig jaar. En nu dit. Hij neemt mij gewoon niet au sérieux. Zeg nu zelf. Ben ik een hypochonder?”

Ik keek bedenkelijk. Tenslotte heb ik geen vrienden in opperste conditie. Ze hebben allemaal wat. Eentje leeft geeneens nog. Daarom was ik zo blij met haar klachten. Mensen die klagen leven nog. Hypochonders spannen de kroon. Geen soort is zo levendig als de ingebeelde zieke. Doodgaan is een fantasie die stopt. En als er iets is wat hypochonders hebben!

Enfin, terug naar dokter Huppeldepup. Ze was bij dokter Huppeldepup geweest met steken in haar rechterkant. Hij had een paar keer op haar buik geduwd, iets over haar galblaas gezegd en een brief geschreven voor verder onderzoek. De brief had ze opengemaakt en daar stond het: Hypochonder.

“Als hij mij niet geloofde dan had hij dat eerlijk moeten vertellen, in plaats van mij door te sturen als een hysterische patiënt. Wat moeten ze wel niet van mij denken? Mevrouwtje heeft buikpijn. Zeker een kroket te veel gegeten met Nieuwjaar.”

“Ben je zeker dat er Hypochonder staat?”, vroeg ik, “want met die doktersgeschriften. Misschien bestaat er een echte ziekte die op hypochonder lijkt.” Ze ging de brief halen. Dan kon ik het zelf zien. Hij had helemaal geen doktersgeschrift. Er stond duidelijk Hypochonder.
“Ik laat dit zomaar niet gebeuren”, zei ze. “Ik ben geen hypochonder. Hij zei het trouwens zelf, dat het lang geleden was dat hij mij nog had gezien. Ik ga niet voor iedere prul naar de huisarts. Alsof ik zo kleinzerig ben. Ik heb een nieuwe afspraak gemaakt. Dat hij het maar uitlegt.”

Ik keek nog eens naar de brief. Hypochonder, inderdaad. “Stel nu nog dat je geen hypochonder bent”, zei ik. “Het belangrijkste is dat je dokter geen manieren heeft.” Wij waren het met elkaar eens.Ik maak mijn verwijsbrieven overigens ook altijd open, of ze nu dichtgespeekt zijn of niet. Ook de geadresseerde op de envelop doet niet ter zake. Al versta ik er geen donder van, ik ben onomstreden eigenaar van mijn ziektes en aandoeningen, plus de correspondentie daaromtrent.

Blijft de vraag of hypochondrie een aandoening is, die bovendien een rol speelt bij medische beeldvorming. De brief riep op tot een echografie. Met vraagtekens had de huisarts er lever en gal bijgeschreven. Achter hypochonder stond gewoon een punt. We waren alletwee benieuwd hoe dat stuk machoverdriet zich daar ging uitlullen. Nee, het zou zijn beste dag niet zijn, aldus de hypochonder.

Twee dagen later belde ze op. “Godmiljaar, jij weet toch ook van niks! En je hebt dan nog dokters in de familie. Het stelt niks voor. De hypochonder, onthoud het maar, is ook de medische term voor het bovengedeelte van de buik. Re stond er trouwens erbij, re van rechts. Want aan die kant ligt mijn galblaas, net daar waar ik klachten voel. Zie je wel dat ik geen hypochonder ben.” Zelf heb ik sindsdien buikpijn van het lachen, steken, iets lager dan mijn hypochonder.

An Olaerts