21 kauwgomballen

Het record van Punkie staat op 21 kauwgomballen, 16 stuks uit het pak, 5 stuks extra, gekregen van Yussuf. Ik was vergeten dat het nog bestond, kauwgomballen onder cellofaan, maar in voetbalkantines zitten ze blijvend in het assortiment. Voor wie het verschijnsel niet kent: het gaat om een reep van 16 kauwgomballen in alle kleuren van de regenboog. Eigenlijk lijken ze op de pil, maar dan groter en vrolijker. Kauwgomballen dienen de kindervreugd wél.

Lang geleden kreeg ik die kauwgomballen ook. ’s Zondags na de mis doken de tenoren van het zangkoor in café De Nieuwe Kempen. Ik herinner me Theo Moors nog, met zijn rode wangen en zijn grote ogen. Hij dronk van zijn pint, kletste zijn kaarten op tafel, vloekte ‘Godverdoeme’ en spuwde ‘Pas’. Vrouwen bestelden van ellende nog een lat chocolade. Kinderen deden alsof de flipperkast ook werkte zonder geld en koesterden hun kauwgomballen. Niemand at ze in één keer op. Ik nam er hooguit twee, likte een derde kaal en nam de rest mee naar huis.

Die tijd is door. De graad van overvloed is tegenwoordig te hoog om kauwgomballen te willen bewaren. Ik vraag me af of er nog wel kleinigheden zijn die zich makkelijk laten koesteren. Ik denk van niet. Laatst was ik op een expo over ruimtevaart. Daar kon je leren dat de maanlander van de Apollo een ram-geheugen had van 4 megabyte! Vier! En met die morzel waren ze 384.400 kilometer ver van huis. Terwijl ik ’s ochtends zonder verpinken in bed lig met een telefoon van 128 gigabyte.

Kortom, wij zijn kinderen van de splintertijd. Punkie nog meer dan ik. Je merkt het aan de kauwgomballen. Hij plopte ze alle 16 tegelijk uit de strip en slokte ze allemaal op, plus de 5 extra kauwgomballen van Yussuf. Hij wilde lachen om het nieuwe record, maar het ging moeizaam. Al zijn kaakspieren moesten hetzelfde doen: een reusachtig plaksel van suiker, mastiek en E-nummers onder de knoet houden. Hompf. Hompf. Hompf. Daarbij moest ergens ook nog speeksel worden afgevoerd. Sjlurmpf. Sjlurmpf. Het ging niet. Het ging niet. En toen gebeurde het.

Een bleek wezen werd mij uitgebraakt overhandigd. Het zag eruit als een pasgeboren knaagdier, bloedeloos maar warm. Her en der leek het een pootje te hebben, maar verder hield het zich stil. Ik wist niet waar ik het moest laten. Op de toog van de voetbalkantine durfde ik het niet op te baren. Evenmin wilde ik er een zakdoek aan verspillen. Gelukkig had het geen oogjes. Ik zou anders zweren dat het mij aankeek. Enfin, in een reflex stak ik de gummiknobbel in mijn mond. Weg ermee.

Kauwen moest ik! Kauwen! Om het kauwgomballenrecord van Punkie binnen te houden. Ik dacht aan Theo Moors en de flipperkast. Ik proefde vergane glorie in alle kleuren van de regenboog. Gedachten kreeg ik ervan. Naar het schijnt, is kauwen goed voor je hersenen. Al kauwend is het mensdom slim geworden, zegt een theorie. Kauwgom stuwt de bloedstroom naar boven. Voorbij je kaken is het niet ver meer tot aan je verstand. En voor je het weet, heb je van 21 kauwgomballen een stukje gemaakt voor de beste krant van Vlaanderen.

(eerder gepubliceerd in De Standaard)

An Olaerts