Column voor Radio 1

Weet je hoe de keutels van een rat eruitzien? Ik wel. Ik heb ze gegoogeld. En ik heb ze ook gezien. Rattenkeutels zijn net olijvenpitten. Ze hebben dezelfde kleur. Ze zijn even groot. En ze hebben dezelfde puntjes, links en rechts. Het enige verschil is dat rattenkeutels blinken. Of toch als ze vers zijn. En ze waren vers! 

Gebroken vingers, de hele uitleg, blauwe plekken, het was al jaren aan de gang, net zoals op tv. Ze belde 1712. Ze ging naar de politie. Ze hield haar poot stijf. Soms reed hij door de straat. Of hij lachte naar haar in de achteruitkijkspiegel.

‘Anders moeten we ze Fishstick 1 en Fishstick 2 noemen’, zei ik. Maar Punkie wilde niet. Het was een proeve van zijn empathie. Héél lang heeft hij geen besef gehad van iets anders dan zichzelf. Maar voortaan is er medeleven. Je kunt twee goudvissen niet zomaar Fishstick 1 en Fishstick 2 noemen.

“Kijk, kijk, kijk, wat je doet! Hartslag 80!” Ik keek naar mijn Fitbit en ik keek naar de Spondeligger. “Ga weg en neem je commentaar mee. Je bent slecht voor mijn gezondheid.” De Spondeligger rolde met zijn ogen en verliet de badkamer. Sinds ik een Fitbit heb, zijn er nieuwe criteria. Alle gezelschap wordt voortaan afgemeten aan mijn hartslag. Ik ben een optelsom van iemand anders. En mijn hartslag al helemaal.

Xavier Taveirne is mijn vriend. Per ongeluk. Want ik ken Xavier Taveirne alleen van de tv. Het mag geen bodem heten. Of toch niet voor vriendschap. Ik was hem gewoon aan het beloeren. Lurken heet het.

Het gaat niet goed met u. Ja, met u. Nee, niet goed. Ik kom u namelijk soms tegen en dan kan ik het zien. Ellendig publiek zijt ge. Soms klinkt het zo: ‘Oh, An Olaerts, u lees ik nooit. Tom Heremans wel!