Punkie heeft het slecht getroffen. Hij houdt van voetbal. Mij interesseert het niet. Ongeschikt mens ben ik. Je moet ons in de auto zien zitten, drie keer per week, onderweg naar de groene tapis-plain. Een knieval is het, de zoveelste vermomming van liefde. Sta ik aan dat veld, met een plaksnor van betrokkenheid. Heel soms houd ik het drie kwartier vol.

Angst is net zoals liefde, het heeft geen uitleg nodig om te bestaan. Het ligt allemaal mee onder de dekens. Het bed heeft bulten. Punkie slaapt niet. Zijn voetjes zijn koud. “Mag ik een liedje zingen?” Ik zing wat mijn moeder zong: “Wij blijven altijd bij elkaar, ook al worden we meer dan honderd jaar.”

Er kan 180 kilo in mijn hangmat. Veiligheidshalve is het er eentje voor twee personen. Want ik ben […]