Het record van Punkie staat op 21 kauwgomballen, 16 stuks uit het pak, 5 stuks extra, gekregen van Yussuf. Ik was vergeten dat het nog bestond, kauwgomballen onder cellofaan, maar in voetbalkantines zitten ze blijvend in het assortiment. Voor wie het verschijnsel niet kent: het gaat om een reep van 16 kauwgomballen in alle kleuren van de regenboog. Eigenlijk lijken ze op de pil, maar dan groter en vrolijker.

Ze is een barokke vrouw, groot, met rondingen, veel krullen en een benijdenswaardige boezem. Nooit zou zij in één lettergreepje passen zoals ik. Haar naam heeft er vier. Ze houdt van weelderige zinnen, letterlijk en figuurlijk. Het wil zeggen dat ze boeken leest die ik langdradig vind, en volop de passie preekt.

Ik ben kort van stof, heb geen geduld met tierlantijnen en verplaats mij in een legerjas uit het Oostblok. Terwijl zij kleren draagt in warme kleuren, donkerrood met omslagen en bijzondere draperieën.

Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil. Ik wens het ons voor eeuwig toe. Maar het gaat er niet van komen. Zeker niet zolang we aan die duif blijven vasthouden. Het eindeloze vertrouwen van de wereld in de vredesduif, kunnen we dat alstublieft afschaffen! Niet alleen gaat het slecht met de vrede in de wereld, duiven zijn ook stomme beesten. Ze hebben een nest in de liguster van de buren, al jaren. Nooit komen er kleine duifjes van.

Hy at geerne Wittebroodt maar liever Fruyt ook Rijs ende Suycker en dronc wel ofte vier stoppen Wyns treffend op. Heel Antwerpen wist dat Emanuel een zuipschuit was. Toen hij in 1563 in de haven aankwam dronk de olifant zich bewusteloos, soo veel Wijns dat hij wel vierentwintich uren lanck voor doodt gehouden werdt. Arme Emanuel. Hij was een cadeautje.

Punkie heeft het slecht getroffen. Hij houdt van voetbal. Mij interesseert het niet. Ongeschikt mens ben ik. Je moet ons in de auto zien zitten, drie keer per week, onderweg naar de groene tapis-plain. Een knieval is het, de zoveelste vermomming van liefde. Sta ik aan dat veld, met een plaksnor van betrokkenheid. Heel soms houd ik het drie kwartier vol.

“Ik doe mijn huisarts een proces aan”, zei ze. “Wat denkt die wel! Mij een beetje belachelijk zitten te maken bij de specialist.” Oh ja, ze was kwaad, op dokter Huppeldepup. “Ik ga daar al meer dan twintig jaar. En nu dit. Hij neemt mij gewoon niet au sérieux. Zeg nu zelf. Ben ik een hypochonder?”

Gouden bladeren onder de bomen, giftige paddestoelen, het kon Geert Stadeus nooit wat schelen. Hij hield niet van de natuur, gegrild met saus en frieten, tot daar. De zogenaamde gewone gang van zaken mochten ze hem gerust besparen. Er stond een foto van zijn fiets in de krant. Alles asfalt en buiten beeld een blauwe lamp. Een reiger vliegt over. Schijtvogel.

NAH zou een heldenverhaal worden. Dat was de bedoeling. Tenslotte is Christiane een wonder. In het revalidatiecentrum krijgen ze nog altijd kippenvel van de gehavende mevrouw die ze zagen binnenkomen. Het is onvoorstelbaar hoe ver ze is geraakt. Intussen woont ze opnieuw alleen. Ze rijdt met de auto en speelt alle dagen bridge. Alleen directeur van dat grote woonzorgcentrum is ze niet meer. ‘Ze moet niet zo vitten over kleinigheden’, zegt haar broer in de podcast. NAH is een splinter van glas: klein, schitterend en pijnlijk, over Christiane, die na een ongelukkige val in Portugal verder moet met een niet-aangeboren hersenletsel.

Angst is net zoals liefde, het heeft geen uitleg nodig om te bestaan. Het ligt allemaal mee onder de dekens. Het bed heeft bulten. Punkie slaapt niet. Zijn voetjes zijn koud. “Mag ik een liedje zingen?” Ik zing wat mijn moeder zong: “Wij blijven altijd bij elkaar, ook al worden we meer dan honderd jaar.”

Weet iedereen hier wat een transitief werkwoord is? Een transitief werkwoord is een werkwoord dat een lijdend voorwerp […]